Niemand zegt een woord meer, tot de auto stopt voor

Posted on by

Niemand zegt een woord meer, tot de auto stopt voor de eerste hulp van het regionale ziekenhuis.

Lusaka, Zambia

20 februari 2004

Ellen wurmt zich voorzichtig uit Björns omhelzing en slaat de zweterige lakens van zich af. Ze is wakker geworden uit een nare droom waarvan ze zich de inhoud niet meer herinnert en kan niet langer stilliggen. Vanaf het moment dat ze in slaap vielen hadden ze lepeltje-lepeltje gelegen, met Björns arm stevig om Ellen heen gestrengeld, uitgeput van al het gepraat. Hij had eindelijk naar haar verhalen geluisterd. Het meisje met de dode baby en de acute keizersnee in het slecht uitgeruste ziekenhuis waar Björn als operatieassistent mocht optreden, dit alles had zijn ogen en oren geopend.

Ze hadden urenlang op het balkon van de hotelkamer achter het klapperende plastic gezeten, terwijl Ellen uitgebreid over alle mensen vertelde die ze had ontmoet en hoe weinig ze uiteindelijk voor hen had kunnen doen. Patricia die voor de trein was gesprongen, Puni die niet gedwongen wilde worden met school te stoppen, Beauty’s kundigheid en hoe ze was mishandeld, de overval op de nonnen, het verhaal van Blessing en haar groeiende familie. En dan had ze het nog niet eens gehad over alle vooroordelen en tradities die in deze samenleving zijn ingebakken. Hoe haar inspanning, het verspreiden van kennis en materiaal aan de Afrikaanse heldinnen – de lokale vroedvrouwen – slechts een druppel op de Zambiaanse gloeiende plaat was geweest. En hij begrijpt het. Niet dat hij het met alles wat ze doet eens is, en zijn ongerustheid over de misstap met het medicijn is nog even groot, maar zijn boosheid is weg. Hij begrijpt het.

Als ze ten slotte samen in bed belanden voelt ze een intense verbondenheid. Ik heb een goed huwelijk, denkt Ellen terwijl ze met haar rug tegen zijn buik in hetzelfde ademritme als een blok in slaap valt. Een paar uur later wordt ze wakker doordat Björns greep steviger wordt. Zijn penis drukt tegen haar achterwerk terwijl hij haar voorzichtig in haar nek bijt. Half in slaap spreidt ze gewillig haar benen. Normaal glijdt hij altijd zacht bij haar naar binnen en komen ze beiden snel klaar. Hun seksleven is misschien niet zo spetterend, maar wel warm en liefdevol. Maar dit keer gaat het niet. Haar onderlichaam voelt droog en pijnlijk aan. Ze wil niets laten merken maar kronkelt van de pijn, en na een paar vergeefse pogingen geeft hij het op en draait zich teleurgesteld om.

Er zitten weer bloedvlekken op het toiletpapier, maar dat kan nauwelijks menstruatiebloed zijn. Ze moet zichzelf morgen maar eens grondig onderzoeken. Ze trekt haar ochtendjas aan en doet zachtjes de balkondeur open. Als ze op de plastic balkonstoel gaat zitten en haar ogen dichtdoet, komt opeens de herinnering aan die nare droom terug. De starre blik van de verkrachte non en, daarnaast, een foto van haarzelf vlak na haar eindexamen. Ellens bleke gezicht onder de witte studentenpet en haar lege, starende blik.

– Waarom sta je er niet blij op, had Ellens moeder gevraagd toen de foto was ontwikkeld. En waarom heb je die oude trui aan? Wat is er met je nieuwe witte bloes gebeurd?

Ze had de kapotte witte bloes in een plastic zak gedaan, die ze zo strak mogelijk had dichtgeknoopt en in een afvalcontainer gegooid. In die zak zaten ook haar spijkerbroek, haar onderbroek, de door wijn gevlekte touwschoentjes en – had ze hoopvol, maar vergeefs gedacht – de herinnering aan de avond ervoor. Het was op zo’n ‘oude-gabbersparty’, het laatste feest voor de eindexamenkandidaten en hun leraren. Keurige Ellen, die nooit aan indrinkfeestjes of opwarmpartijtjes had meegedaan, besloot, als een soort afscheidsgebaar naar al haar klasgenootjes en de stad die ze binnenkort zou verlaten, bij Carolien binnen te wippen. Als je gin met vlierbessensap mengt proef je de alcohol nauwelijks, zei haar vriendin.

De Ellen die op het schoolfeest binnenkwam was buitengewoon spraakzaam, maar de Ellen die na nog eens vijf glazen wijn voor wat frisse lucht naar een bankje in de schooltuin waggelde was nauwelijks aanspreekbaar.