We bespraken nooit wat er zou gebeuren als de

Posted on by

“We bespraken nooit wat er zou gebeuren als de kinderen eenmaal waren geboren. Hoewel ik precies wist hoe ik het zou willen. Ik verlangde ernaar dat Martin zou langskomen, zodat ik hem alles kon vertellen over wat ik had geleerd, maar hij belde maar heel af en toe en had dan nauwelijks tijd om met me te praten, terwijl hij dan wel eindeloos lang met de dominee aan de telefoon hing, maar later stuurde hij me een ansichtkaart waarop stond: ‘Ik hoop dat je het naar je zin hebt en dat je een heleboel leert, want God zal je binnenkort hard nodig hebben. Warme groet/M.’ Op de kaart stond een verdrietige hond. Ik dacht dat hij daarmee wilde laten merken hoe verdrietig hij was dat we niet bij elkaar konden zijn zonder dat de anderen van het Heilig Kerkgenootschap, als ze mijn kaart stiekem zouden lezen, daar achter zouden komen. Ik had zijn adres niet, dus ik kon geen kaartje terugsturen. Mamma en de dominee zeiden dat zij ook geen adres van hem hadden en dat vond ik een beetje merkwaardig. Maar ze beloofden me dat als hij zou bellen ze hem de groeten van me zouden doen.

Het duurde een aantal weken voor ik voor de eerste keer echt de deur uitging. Het was op een zaterdag en ik wist dat de dominee op zaterdagen met de meisjes naar de stad ging om verdwaalde zielen op het rechte pad te brengen en Gods woord te verkondigen, maar omdat ik nieuw was hadden ze me eerst wat tijd gegeven om aan mijn leven in het huis te wennen. Toen ik aan de beurt was zat ik met vijf meisjes in de gang te wachten terwijl de dominee de kleine bus uit de garage haalde.

Mijn moeder kwam ons succes wensen. Ze vond het maar niks dat mijn zwangere buik nauwelijks zichtbaar was en tilde mijn rok op om een kussen in mijn panty te stoppen. Dat zag er heel gek uit, vond ik, maar de meisjes applaudisseerden en de dominee was heel tevreden. Daarna gingen we op weg.

De abortuskliniek lag niet midden in de stad maar aan de rand van een industriegebied. We parkeerden de bus, die op elk raam een ‘Abortus is moord’- sticker had zitten, precies voor de deur en stapten uit met de affiches in onze hand. De kliniek zag er precies zo louche uit als je zou verwachten met zwartgeverfde ramen en informatieborden met teksten als ‘Advies over preventieve middelen’, ‘Gratis aids-test’, en ‘Seksuele voorlichting’. Dat alleen al was genoeg, want dat was allemaal tegen Gods wil, maar het is typisch iets voor zulke leugenachtige propagandisten om niet te vertellen wat hun voornaamste bezigheid is: kindermoord. Daarom was het belangrijk dat wij die informatie konden geven.

We riepen ‘Kindermoordenaars’, en ‘God zal jullie straffen’, en we hadden affiches bij ons waarop verschillende teksten stonden. Op het affiche dat mij het meest aansprak stond een afbeelding van Jezus die huilde en vroeg: ‘Hoeveel kinderen moeten er nog sterven?’. Mijn kamergenootje Liza – haar vader is in de Vietnamoorlog omgekomen, heb ik over haar verteld? – had zelf een affiche gemaakt met de tekst: ‘25 miljoen kinderen zijn door abortus gedood. Dat is meer dan alle Amerikanen bij elkaar die ooit in oorlogen zijn omgekomen’. Verder hadden we natuurlijk een heleboel foto’s mee van vermoorde, geaborteerde kinderen, die in plassen bloed lagen.

Er was een affiche bij waar ik aanvankelijk wat moeite mee had, daarop stond de foto van een dokter die in zo’n kliniek werkte – ik had hem een keer gezien toen hij ’s ochtends bij zijn afschuwelijke werk aankwam – en iemand had die foto zo bewerkt dat het leek of er bloed van zijn handen droop. Ik vond dat eerst een erg nare foto, maar dat was voor ik wist welke eisen er aan ons, die Gods wil kennen, worden gesteld.

Behalve dat we probeerden met alle mensen die voorbij kwamen te praten, vooral met degenen die de kliniek wilden binnengaan, fotografeerden we ook alle auto’s die er stopten. De kentekens zetten we daarna op de internetsite van het Heilig Kerkgenootschap. Ik weet dat in elk geval een aantal ouders er op die manier achter kwam dat hun kinderen bij de kliniek waren geweest. Het voelde goed dat we nuttig werk deden.”